Het milieu en uw koelinstallatie.
De maatregelen kort samengevat.
Er mogen géén nieuwe installaties in gebruik
worden genomen waarin CFK's of mengsels van CFK's worden toegepast.
Installatie, reparatie en onderhoud mag in het kader van
milieubescherming uitsluitend nog plaatsvinden door STEK-erkende
bedrijven. Zij zijn op de hoogte van alle (technische) eisen waaraan
iedere installatie, oud of nieuw, moet voldoen.
Bij alle installaties die 3 of meer kilo koudemiddel bevatten, hoort
een logboek. Hierin staan gegevens over de installatie en worden
feiten vermeld over onderhoud en service. Als beheerder bent u
verantwoordelijk voor dat logboek.
Uit het oogpunt van lekkage-preventie moeten installaties regelmatig
worden gecontroleerd. Voor kleinere installaties jaarlijks, voor
grotere enkele malen per jaar. Onderhoud moet tenminste jaarlijks
plaatsvinden.
Sinds 2006 zijn er nieuwe eisen van kracht voor onder
andere de minimaal te hanteren onderhoudsinterval. Deze staan omschreven in
het RLK2006. Hieronder een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen:
Nieuwe RLK 2006 'Gebruiksfase'
Begin december 2006 is de Regeling Lekdichtheid
Koelinstallaties in de gebruiksfase 2006 (RLK 2006 'gebruiksfase') van
kracht geworden. Wij zetten de belangrijkste wijzigingen ten opzichte
van de RLK '97 voor het in gebruik hebben van koel- en vriesinstallaties
en airconditioningsystemen voor u op een rij.
Er is het afgelopen jaar veel te doen geweest rondom
de regelgeving die van toepassing is op het in bedrijf hebben en onderhouden
van koel- en vriesinstallatie en airconditioningsystemen werkend met een
synthetisch koudemiddel. Vaak kortweg aangeduid met de merknaam Freon of de
aanduiding R-.....
Het Europese Parlement en de Europese Raad hebben een
Verordening (EG) Nr. 842/2006 getekend die bekend staat als het F-gassenbesluit
Deze verordening is 14 juni 2006 gepubliceerd en 20 dagen later van kracht geworden.
Omdat deze verordening niet aansloot bij de Nederlandse RLK ’97 is de Regeling
lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006 (kortweg RLK 2006
‘gebruiksfase’) opgesteld. Deze regeling is gepubliceerd in de Staatscourant
van 1 december 2006, nummer 235, en twee dagen later van kracht geworden en alleen
gericht op de ingebruiksfase van de installatie. Het ontwerp en de eerste in
gebruikname wordt geregeld via het Warenwetbesluit “Drukapparatuur”. De RLK
2006 “gebruiksfase” is niet voor toepassing op installaties aan boord van schepen.
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de RLK’ 97 voor het in gebruik hebben van koel- en vriesinstallaties en airconditioningsystemen zijn:
In Nederland zijn we sinds de invoering van de RLK’94 zeer
succesvol gebleken in het reduceren van de lekverliezen. Nederland heeft daarom voorbeeld
gestaan voor het opstellen van het Europese F-gassenbesluit. Ook zijn de installatie van
een veel hoger betrouwbaarheidsniveau dan voorheen. Onze statistieken tonen nog steeds
een afname van storingsmeldingen en dus een toename van de bedrijfszekerheid van uw
installaties en continuiteit van uw bedrijfsvoering. Voor ons zijn dit argumenten
om u te adviseren om de huidige frequentie van installatiecontrole te handhaven. U geeft
hiermee tevens aan uw zorgplicht serieus te nemen. Uiteraard zullen wij u behulpzaam zijn
bij uw overwegingen.
ln de Europese verordening is ook opgenomen dat lidstaten een eigen
persoons- en bedrijfscertificatie moeten opstellen voor het werken met F-gassen. De
minimum eisen die hiervoor gaan gelden zijn door de Europese commissie echter nog niet
geformuleerd zodat Nederland deze ook nog niet kan opstellen. Vooralsnog blijft de huidige
STEK regeling (Regeling aanwijzing Stichting Erkenning voor het uitoefenen van het Koeltechnisch
Installatiebedrijf) van kracht. Dit geldt ook voor het STEK-diploma als bewijs voor vakbekwaamheid
van gediplomeerde personen.DIRKS Koeltechniek ziet het als haar taak u goed te informeren. Het is
echter onmogelijk u middels dit schrijven volledig te informeren over alle details. Wij hebben ons
daarom beperkt tot de hoofdlijnen.
Om volledige tekst uit de Staatscourant te bekijken, klik hier.![]()
Vermindering van het gebruik van CFK's in koelinstallaties.
in het kader van de algemene regelgeving om het gebruik van CFK's terug te dringen en emissie te beperken, zijn voor de koeltechniek de volgende regels vastgesteld:
Toepassingsgebied
Het besluit is van toepassing op installaties met een
compressorvermogen van meer dan 500 Watt. Dus vrijwel alle
huishoudkoelkasten/vriezers vallen hierbuiten.
Controle
Het beheer van de installaties is door de wet aan nadere regels
gebonden om het verlies van koudemiddel te voorkomen. Zo is bepaald
dat installaties regelmatig moeten worden gecontroleerd en
onderhouden door daartoe bevoegde personen. In ieder geval moet aan
installaties ten minste éénmaal per jaar preventief onderhoud worden
verricht. Dit moet vaker indien de koelinstallatie groter is.
Het logboek en andere documenten
Bovendien is bepaald dat alle werkzaamheden aan de installaties
moeten worden geregistreerd. De registratie van het gebruik van
koudemiddel in uw installatie moet in een bij de installatie
behorend logboek plaatsvinden. dit geldt uitsluitend voor
installaties met een koudemiddelinhoud van meer de 3 Kg.
Controlebewijzen van verrichte handelingen moeten bij alle
installaties worden afgegeven en bewaard.
Het logboek maakt vanaf 1 januari 1993 integraal deel uit van de
installatie, zodat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de
eigenaar/gebruiker ligt. De STEK-erkende bedrijven hebben de
verplichting hun werkzaamheden in het logboek te vermelden. Zij
kunnen u ook voor een bestaande installatie een logboek verstrekken.
U blijft echter zelf voor het logboek verantwoordelijk.
In het logboek wordt de hoeveelheid koudemiddel vermeld, die geacht
wordt in de installatie aanwezig te zijn. Daarnaast wordt vermeld
wanneer en welke werkzaamheden aan de installatie zijn verricht en
hoeveel koudemiddel is afgetapt en/of toegevoegd. Ook wordt
genoteerd welk bedrijf en welke monteur aan de installatie heeft
gewerkt. Het STEK-erkende bedrijf moet zelf eveneens een eigen
koudemiddelenadministratie voeren. Op deze wijze is de controle op
het gebruik van CFK's gewaarborgd.
De wet, de naleving en de
handhaving. Door een onafhankelijke inspecterende
instantie worden voor STEK regelmatig controles verricht bij
installaties die door STEK-erkende ondernemingen worden onderhouden.
STEK ziet zo toe op de handelingen van de erkende bedrijven. Het is
voor de eigenaar/beheerder van groot belang dat de STEK-controleurs
worden toegelaten bij de koelinstallaties.
De controle op de naleving van wet- en regelgeving is bovendien een
overheidstaak. Door de Hoofdinspectie Milieuhygiëne van het
Ministerie van VROM en door ambtenaren van gemeenten en provincies,
die belast zijn met de uitvoering van de wet Milieubeheer, wordt
deze controle, met name op de eigenaar/beheerder van een
koelinstallatie, uitgevoerd.
Overtreding van deze wet kan zware consequenties hebben. Deze kunnen
variëren van hoge boetes tot het stilleggen van de koelinstallaties.